Terug naar het Portfolio overzicht
Mijn bijdrage aan de EdTech-minor: bouwen aan betekenisvol leren, in een omgeving die klopt
Wanneer ik terugkijk op mijn rol binnen de EdTech-minor, realiseer ik me hoe sterk mijn achtergrond en overtuigingen verweven zijn geraakt met de manier waarop we dit onderwijs vormgeven. De minor is ontstaan vanuit de landelijke EdTech-zone binnen het Versnellingsplan, waarin ik samen met Rens en Eric een van de kartrekkers was. Dat was het startpunt van een reis die nu nog steeds voortduurt: onderwijs verbeteren door technologie niet als doel te zien, maar als middel om écht impact te maken.
Vanaf het begin heb ik een actieve rol gespeeld in het ontwerpen van het programma. Dat begint bij de basis: de vraag “Wat is beter onderwijs?”. Binnen de minor beantwoorden we die vraag niet theoretisch, maar door studenten zelf oplossingen te laten ontwerpen, valideren en realiseren. De vijf stappen uit de ICT-praktijk – analyse, advies, ontwerp, realisatie en beheer – vormden voor mij een natuurlijke structuur. Ze sluiten nauw aan op de competenties waarop studenten worden beoordeeld.
De minor neerzetten: van open onderwijs naar een stevig fundament
Het onderwijs in de minor is gebaseerd op de principes van open learning. Studenten bepalen grotendeels zelf hoe ze leren, welke richting hun product opgaat en welke keuzes ze onderweg maken. Dat vraagt om een omgeving die helder, overzichtelijk en betrouwbaar is. Daarom heb ik veel tijd gestoken in het opzetten van de Canvas-omgeving, het structureren van de sprints, de opdrachten, de studentreis en het gebruik van Portflow en Feedpulse. Hierdoor weten studenten precies wat er van ze verwacht wordt en kunnen ze hun eigen leerproces transparant documenteren en bespreken.
Daarnaast bewaak ik als logistiek coördinator het geheel: de planning, de werkruimte, de workshops, de gastsprekers en de communicatie. Mijn doel is steeds hetzelfde: een omgeving creëren waarin studenten makkelijk kunnen samenwerken en waarin het leren vanzelf ontstaat. In de praktijk betekent dat vaak simpelweg: zorgen dat iedereen op woensdag zijn plek heeft, dat de juiste mensen aanwezig zijn, en dat we snel kunnen schakelen als zich iets aandient.
Samen leren, samen bouwen
De keuze om vanuit sociaal constructivisme te werken was voor mij vanzelfsprekend. Mensen leren het beste door met elkaar in gesprek te gaan, samen iets te proberen, fouten te maken en vervolgens nieuwe stappen te zetten. Dat zie ik iedere week opnieuw gebeuren. We hebben daarom bewust het UX-lab als vaste thuisbasis gekozen—aansluitend op mijn overtuiging dat een gedeelde ruimte samenwerking versterkt. Studenten komen eerder, blijven langer, drinken koffie met elkaar en zien letterlijk elkaars ontwikkeling. Het is precies wat ik wil bereiken: leren dat niet alleen cognitief is, maar ook sociaal en relationeel.
De opbouw van de minor: een 18-weeks ontwikkelproces dat klopt
De minor is opgebouwd als een volledig 18-weeks traject waarin studenten stap voor stap door het volledige ontwikkelproces gaan: van analyse, via advies en ontwerp, naar realisatie en uiteindelijk beheer. Die vijf stappen komen niet alleen terug in de leeruitkomsten, maar vormen ook de ruggengraat van de manier waarop ik het semester heb ingericht. In de workshop-overview en de wekelijkse planning is precies te zien hoe ik de studenten begeleiden van eerste idee naar een daadwerkelijk werkend prototype.
Ik werk met sprints: iedere drie weken leveren studenten hun voortgang op, krijgen ze formatieve feedback en scherpen ze hun concept aan. In sprint 1 ligt de focus op analyse: het ontdekken van een relevant onderwijsprobleem en het begrijpen van de context. Tijdens deze sprint krijgen ze inspiratie sessies en een mini challenge en een creatief denken workshop. In sprint 2 staat het advies en het ontwerp centraal: studenten valideren hun keuzes, maken een functioneel ontwerp en beschrijven hun oplossing met bijvoorbeeld MoSCoW-eisen. Tevens krijgen ze een design thinking workshop.
Vanaf sprint 3 verschuift de aandacht naar realisatie: het bouwen, testen en verbeteren van het prototype. Dit is ook de fase waarin de vele technische workshops—zoals generatieve AI, VR, UX-design en media-ontwerp—voor veel inspiratie en praktische vaardigheden zorgen. Later in het semester komt beheer en professionele standaarden in beeld, onder andere via sessies over de AI Act, GDPR, publieke waarden en het TICT-impactmodel.
De kracht van deze structuur is dat studenten voortdurend worden uitgedaagd om theorie, experiment en reflectie te combineren. Ze bouwen niet “zomaar iets”, maar doorlopen een volwassen ontwikkelproces dat vergelijkbaar is met hoe ICT- en EdTech-projecten in de praktijk verlopen. Ze worden uitgedaagd om hun product (ideeën) in de praktijk te testen. Hiervoor moeten een stakeholder zoeken, of als ze al werken in het onderwijs hun studenten en collega’s betrekken bij het project. Hierdoor worden hun producten steeds sterker én doorleefder. Het resultaat is dat vrijwel elke student aan het einde van de minor een werkend MVP heeft, onderbouwd met analyseresultaten, ontwerpdocumentatie en feedback uit hun eigen tests.
Precies zo hoort onderwijs in mijn ogen te zijn: cyclisch, betekenisvol en direct verbonden met de echte wereld.
Mijn rol als coach: meedenken, meezoeken, maar nooit overnemen
Als coach zie ik mijn werk niet als sturen, maar als begeleiden. Ik stel vragen die studenten dwingen om bewust keuzes te maken: Waarom kies je dit? Hoe weet je dat dit werkt? Wat zegt jouw stakeholder? Heb je dit getest? Is er een eindgebruiker bij betrokken? Etc…
Ik probeer ruimte te geven, maar wel met een duidelijke structuur. Studenten weten dat ze zichzelf mogen zijn, maar ook dat ik scherp ben als het gaat om professionaliteit en onderbouwing.
Wekelijks hebben we voortgangsgesprekken, soms kort, soms intensief. Tijdens de sprints geef ik formatieve feedback, zowel op proces als op product. Met behulp van Feedpulse leggen we dit vast zodat studenten het kunnen verwerken in hun POR.
De keuze voor formatief toetsen past volledig bij hoe ik wil begeleiden. Ik ben ervan overtuigd dat studenten vooral groeien op het moment dat ze snappen waarom iets beter kan, niet wanneer ze alleen horen dat het beter moet. Door samen te kijken naar ontwikkeling—en niet alleen naar een eindproduct—zien studenten hun eigen groei terug. Dat motiveert.
De impact die coaching kan hebben
De reflectie van Jerry, een van de deelnemers uit de professionele leerlijn, raakte me. Hij beschreef hoe de minor hem niet alleen kennis over AI gaf, maar ook het vertrouwen en de inspiratie om een compleet nieuwe onderwijsomgeving op te zetten: de TechStudio. Zijn woorden – waarin hij expliciet aangeeft dat onze samenwerking hem heeft geholpen in zijn groei, het bouwen van zijn XR-toolkit en het vormgeven van zijn visie – laten zien wat coaching in deze minor kan betekenen.
Het gaat niet om mij als individu, maar om wat er mogelijk wordt als je iemand ruimte geeft om te dromen, te experimenteren én feedback te krijgen die verder kijkt dan alleen het product. Juist dat vind ik het mooiste aan mijn rol: het ondersteunen van mensen die zin hebben om het onderwijs beter te maken en die soms alleen nét dat zetje nodig hebben om te durven.
Onderwijs, technologie en menselijkheid
In mijn onderwijsvisie staat de menselijke verbinding centraal. AI en EdTech kunnen ongelooflijk veel, maar ze vervangen geen goed gesprek, geen nieuwsgierige vraag en geen vertrouwelijke coachrelatie. Juist daarom blijf ik in mijn rol zoeken naar balans: technologie als versneller van leren, maar de mens als drager van het leerproces.
Tot slot
Mijn bijdrage aan de EdTech-minor is een combinatie van ontwerp, organisatie, visie en menselijkheid. Ik heb aan de basis gestaan van de inhoudelijke structuur, ben dagelijks betrokken bij de uitvoering, verzorg workshops en inspiratiesessies en begeleid studenten in hun persoonlijke en professionele groei. Het is werk waarin al mijn eerdere ervaringen samenkomen: mijn ondernemerschap, mijn coachingsachtergrond en mijn overtuiging dat onderwijs beter wordt wanneer we nieuwsgierig blijven naar wat mogelijk is.
En misschien het belangrijkste: ik geniet er elke dag van om met studenten en professionals te bouwen aan onderwijs dat ertoe doet—onderwijs waarin ideeën werkelijkheid worden.