Minor Slimmer onderwijs met AI

Terug naar het Portfolio overzicht

Slimmer onderwijs met AI

De basis van mijn MKO portfolio is de Minor beter onderwijs met AI. Deze minor is tot stand gekomen tijdens het Versnellingsplan, een landelijk project waarin Fontys een van de kartrekkers was. Deze minor wordt momenteel ook als 18 weekse cursus aangeboden binnen het Accelerate IT programma. Binnen het instituut combineren we deze twee zodat professionals uit het werkveld (vaak MBO docenten) een dag in de week mee draaien met de voltijd studenten.

In deze tegel kunt u lezen hoe de minor vorm is gegeven. De diverse onderdelen zullen worden toegelicht met illustraties en voorbeelden uit de minor. Omdat we de minor steeds aanpassen op basis van de technologische ontwikkelingen, zijn de voorbeelden in dit portfolio met name uit de minor zoals deze vorige jaar is uitgevoerd.

 

De basis gedachte en essentie van de minor is: maak met behulp van ICT/AI een product waarmee het onderwijs verbeterd kan worden.

 

Op zich een hele eenvoudige vraag. Maar in de praktijk een zeer complexe vraag. Want hoe kan onderwijs verbeterd worden? Dan moet eerst de vraag beantwoord worden: wat is beter onderwijs?

En hoe maak je dan daadwerkelijk een product? Zeker als je geen ICT achtergrond hebt is dat een grote uitdaging. Het is voor onze minor een geluk dat de studenten de beschikking hebben op een veelheid aan AI tools. Hiermee kunnen complete websites, apps en tools gebouwd worden zonder zelf ook maar een regel code te typen.

 

Mijn ontwikkeling

Met mijn ervaring uit het bedrijfsleven en mijn eigen ondernemingen kan ik goed gebruiken bij het ontwikkelen van het onderwijs. Zo had ik al jaren lang ervaring met stagiaires en afstudeerders binnen mijn organisatie. Vanuit die rol als begeleider weet ik goed wat ik kan verwachten van de studenten. Maar weet ik ook goed wat ik vaak miste. Vaak waren studenten niet goed voorbereid op het werken in een organisatie. Die ervaring neem ik mee in het ontwikkelen van onderwijs binnen ICT.

Mijn ervaring met didactiek, toetsing, coaching en TEL heb ik vooral opgedaan tijdens het werken binnen in het instituut en tijdens mijn BKO en BKE trajecten. Dit was een goede basis voor het mijn groeiende kennis van:

Didactiek: het ontwerpen van een leeromgeving die aansluit bij constructivistische leerprincipes, waarbij studenten actief hun leerproces vormgeven.

Toetsing: het ontwikkelen van formatieve beoordelingscyclus die zowel het proces als het eindproduct waardeert

TEL: het strategisch inzetten van digitale tools om het leerproces vorm en inhoud te geven en verrijken (Canvas, Portflow en Feedpulse)

Bij de ontwikkeling van de minor heb ik rekening gehouden met hoe de ICT in de praktijk werkt. Hier werkt men vanuit een probleem, via een analyse naar een concept/advies, dat vervolgens gebouwd gaat worden, dan wordt het getest en als het voldoet aan alle wensen en eisen dan wordt het in productie genomen. Deze vijf stappen sluit naadloos aan bij de ontwikkel competenties: analyse, advies, design, realiseren en professionele standaarden.

 

Leertheorieën

Binnen het onderwijs spelen verschillende leertheorieën een belangrijke rol bij het ontwikkelen van effectieve manieren van lesgeven (Vernieuwenderwijs). Binnen de Minor heb ik bewust gekozen voor het sociaal constructivisme: groepsprojecten en interactieve werkvormen stimuleren samenwerking en verdiepen het leerproces.

Deze aanpak past goed op de visie van duurzaam en toekomstgericht onderwijs, waarin studenten worden voorbereid op een werkveld waar samenwerken en het probleemoplossend vermogen essentieel zijn. Door deze manier van werken ontwikkelen studenten niet alleen kennis, maar ook belangrijke vaardigheden die ze in hun loopbaan en persoonlijke ontwikkeling goed kunnen gebruiken. Meer uitleg over de verschillende theorieën kunt u hier nalezen.

Ik denk dat de studenten hierdoor beter zijn voorbereid op de eerste stappen in hun professionele loopbaan.

Locatie speelt bij deze manier van onderwijs geven een belangrijke rol. Hoe meer je studenten faciliteert in ontmoeten, hoe groter de kans dat ze gaan samenwerken. Tijdens de eerste uitvoering van de minor merkte dat de dagen waarbij de workshops die in een ruimte werd gegeven. Waar ze konden luisteren, samenwerken, hun spullen laten staan, etc…  hoog werden gewaardeerd. Deze waarneming heb ik opgepakt en verder doorgevoerd. Momenteel wordt – tegen de filosofie van het open karakter in ons gebouw TQ – worden alle workshops van de minor in een lokaal gegeven (het UX lab). Het lab is de hele dag voor onze groep beschikbaar. De helft van de ochtend en de middag wordt gevuld met workshops. Daarna is er ruimte om een op een gesprekken te hebben met de coaches. Omdat we de hele dag het lab beschikbaar hebben, merken we dat er veel wordt samen gewerkt. De studenten blijven in de ruimte om samen koffie te drinken of te lunchen, vaak zijn ze al een half uur voor aanvang aanwezig om informeel met elkaar bij te praten. Nu zijn er zeer weinig van dit soort ruimtes beschikbaar op TQ. Dus ik ben bang at als het studenten aantal toeneemt we dit niet meer kunnen volhouden. En er kleven natuurlijk ook wat nadelen aan, want de interactie met andere studenten van andere minors is zeer laag. Daar staat tegenover dat – ondanks de open ruimtes – er sowieso van nature niet veel interactie is tussen bijvoorbeeld, open en game design studenten die op dezelfde verdieping rondlopen. Vooralsnog heb ik het idee dat het uitvoeren van de minor in een eigen ruimte bijdraagt aan de ontwikkeling van de studenten doordat ze veel meer samenwerken en van elkaars projecten op de hoogte zijn.

 

Onderdelen van de minor – TEL

Ik heb binnen de digitale leeromgeving in Canvas een cursusprogramma opgezet. Het programma is in vier sprints opgedeeld, waarbij de studenten in Portflow hun portfolio kunnen maken en in Canvas een snapshot kunnen indienen. Portflow is een digitaal portfolio instrument waarin de studenten hun documenten en artefacten verzamelen om zo hun leerproces vast te leggen.

Verder hebben de studenten een template gekregen voor hun POR (Persoonlijk Ontwikkel Rapport), waar ze onder andere kunnen invullen hoe ze ervoor staan in hun ontwikkeling en wat ze nog willen leren. Deze helpt bij het beantwoorden van de ontwikkel vragen: waar sta ik?, hoe doe ik het? en waar wil ik naar toe?

In de online Canvas course kunnen de studenten altijd terugvinden wat we gaan doen, wat we hebben gedaan (zo zetten we hier bijvoorbeeld de sheets van alle workshop op) en wat we van ze verwachten. Dit wordt allemaal beschreven in de Student reis.

Verder kunnen ze teruglezen wie hun coaches zijn en hoe ze die kunnen bereiken. Per week bekijken we wat we gaan doen en waar de nadruk op komt te liggen. Vanaf de eerste week worden de studenten geactiveerd middels challenges. En natuurlijk hebben we een basis programma vol workshops en inspiratie sessie. Maar op basis van de behoeftes van de groep kunnen we dit wekelijks aanpassen.

Beoordelen

Binnen de minor heb ik ervoor gekozen om formatief te toetsen. Black en Wiliam (1998) tonen in hun werk aan dat formatieve toetsing met gerichte feedback de leerprestaties van studenten significant kan verbeteren. Dat wil zeggen dat de studenten zelf verantwoordelijk zijn voor het bijhouden en vullen van hun portfolio die de coaches iedere sprint formatief beoordelen. De opbouw van het portfolio en de beoordeling hiervan hebben we ook in dit document beschreven. Aan het eind van iedere sprint plan ik een demo sessie waarbij de studenten alleen of per groep (als ze in een groep werken) hun voortgang presenteren. Ze krijgen hierna zowel van de collega studenten als de coaches feedback. Na deze demo volgt er nog een individueel gesprek waarbij de studenten directe feedback krijgt. Deze leggen ze vast in Feedpuls.

Voor de professionals die deelnemen aan de cursus hebben we inmiddels ook de micro credentials accreditatie behaald dus als ze de cursus met een voldoende resultaat afsluiten kennen we ze de credentials toe.

Feedback

Aan het eind van de minor heb ik een evaluatie en feedback gesprek met de studenten. Tijdens dit gesprek, na hun eindbeoordeling zodat ze ongehinderd hun menig kunnen ventileren. De feedback nemen we mee in de doorontwikkeling van de minor. Zo kwam na de eerste groep studenten naar voren dat ze te lang waren blijven hangen in een product idee wat niet realiseerbaar bleek. Dit hebben we in de opzet meegenomen door in de eerste weken een paar korte productontwikkelingen te doorlopen met behulp van Rapid prototyping. Ze gaan dan na de eerste sprint al feedback ophalen bij hun doelgroep. Als die positief is, dan gaan ze het product door ontwikkelen. Als blijkt dat de doelgroep er niet mee uit de voeten kan passen ze het productontwerp aan.

In het eind gesprek wordt ook feedback gevraagd op de coaches, ze kunnen dit als ze willen anoniem inleveren. Tot op heden hebben we positieve feedback gekregen. We staan tijdens intervisie sessie hier zelf ook bij stil. Welke coach past het beste bij welke studenten. En welke coach kan het beste als tweede optreden. Waarbij we zowel naar de inhoudelijke als persoonlijke klik met de student kijken. Wat overigens niet wil zeggen dat we voor de ‘aardigste’ combinatie gaan. We kijken vooral naar van wie een student het beste de feedback oppikt/accepteert en dus via wie de student het meeste kan leren.

 

Terug naar het Portfolio overzicht

 

Literatuur

Ausubel, D. P. (1968), Educational psychology: A cognitive view. Holt, Rinehart & Winston.

Andriessen, D. (2014), Beoordelen is mensenwerk. Den Haag: Vereniging Hogescholen.

Berkel, H. van, Bax, A. & Joosten-ten Brinke, D. (2014), Toetsen in het hoger onderwijs. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Biggs, J. (2003). Teaching for quality learning at university (2nd ed.). Buckingham: Open University Press/Society for Research into Higher Education.

Black, P., & Wiliam, D. (1998). Assessment and classroom learning. Assessment in Education: Principles, Policy & Practice, 5(1), 7-74.

Bosscha, D., Geugies, C. J., & Purmer, H. (2019). Your ideal classroom: Een boek over het ontwerpen & faciliteren van onderwijs dat raakt. Dock20 training

BreinsteinDigitale transformatie

Bruner, J. S. (1960), The process of education. Harvard University Press.

Bulterman-Bos, J. en de Muynck, B, (2014). Is alles van waarde meetbaar? Toetsing en vorming in het onderwijs. Amsterdam: Buijten & Schipperheijn Motief.

Cohen-Schotanus J. (2012), De invloed van het toetsprogramma op studiedoorstroom en studierendement. In: H. van Berkel, E. Jansen & A. Bax (red.),  Studiesucces bevorderen: het kan en is niet moeilijk: bewezen rendementsverbeteringen in het hoger onderwijs (pp. 65-78). Den Haag: Boom Lemma.

Cohen-Schotanus J. (1999). Student assessment and examination rules. Medical Teacher, 20 (3), 318-321.

Dochy, F., Heylen, L. & Van de Mosselaer, H. (2002), Assessment in onderwijs. Nieuwe toetsvormen en examinering in studentgericht onderwijs en competentiegericht onderwijs. Utrecht: Lemma.

Dochy et. al. (2015), Bouwstenen voor High Impact Learning: het leren van de toekomst in onderwijs en organisaties. Amsterdam: Boom.

Fontys (2024), Transitie educatieve opleidingen

Jaspers, M. & van Zijl, E. (2014), Samenwerken aan toetskwaliteit in het Hoger Onderwijs. [S.l]: Fontys Hogescholen. Dienst Onderwijs en Onderzoek. Opgevraagd van HBO Kennisbank.

Kennisnet (2024). Zo beïnvloedt AI het onderwijs en het curriculum

Klarus, R. (2004). Omdat het nog beter kan. VELON: Tijdschrift voor lerarenopleiders, 25 (4), 18-28.

Last, B., & Sprakel, T. (2023). Chatten met Napoleon: Werken met generatieve AI in het onderwijs. Boom.

Leraar24, (2023). Vang de aandacht van leerlingen met goocheltrucs.

Onderwijskennis, Gepersonaliseerd leren

Metis Onderwijsadvies, CAR-model. https://metis-onderwijsadvies.nl/kennisbank/car-model/

Ouwehand, G.M. & van der Zanden, A.H.W. (2009). Blackboard Portfolio in uw onderwijspraktijk. Delft: TU Delft

Simons, P.R.J. (2000). Competentie-ontwikkeling: van behaviorisme en cognitivisme naar sociaal-constructivisme. Opleiding en Ontwikkeling, (12), 41-46.  Portfolio en beoordeling.

Sluijsmans, D., Joosten-Ten Brinke, D., & Schilt-Mol, T. van (2014). Kwaliteit van toetsing onder de loep. Antwerpen: Maklu.

Starren, J. (1990). De beoordeling als hefboom voor onderwijsverbetering. De Psycholoog, 25, 109-113.

SURF. (2022). Artificial intelligence in het onderwijs: Wat is het en wat kun je ermee?

Vernieuwenderwijs, 2025

Vygotsky, L. S. (1978). Mind in society: The development of higher psychological processes. Harvard University Press.

Wij-leren.nlOntwikkelingsgericht onderwijs (OGO).